VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Een kwart van ASML’s omzet komt uit machines die al bij klanten staan. Alleen is die inkomstenstroom minder voorspelbaar dan hij lijkt. ASML stopt stabiel onderhoud en veel grilligere upgrades samen in één omzetregel van ruim 8 miljard euro. Beleggers kunnen daardoor niet zien hoeveel van die omzet echt terugkerend is.

In een chipfabriek in Taiwan, Zuid-Korea of de Verenigde Staten staan soms tientallen ASML-machines naast elkaar. Ze staan midden in productielijnen die dag en nacht chips produceren. Een enkele machine kan honderden miljoenen euro’s kosten, maar blijft na de verkoop onderdeel van ASML’s verdienmodel.

Zolang de machines draaien, blijven monteurs, reserveonderdelen, software en technische verbeteringen nodig. Van de machines die ASML de afgelopen dertig jaar verkocht, is 95 procent nog altijd in gebruik.

Dat levert ASML een aantrekkelijke tweede bron van inkomsten op. Na de verkoop volgen onderhoud, onderdelen en technische verbeteringen. ASML noemt deze activiteit Installed Base Management, afgekort IBM. 

Op papier is dat een aantrekkelijke combinatie. De verkoop van nieuwe chipmachines beweegt mee met de investeringsplannen van chipfabrikanten. Service is inderdaad een stuk stabieler. Maar ASML rapporteert die omzet samen met veel grilligere upgrades.

Eén omzetregel, verschillende activiteiten
In de winst-en-verliesrekening gooit ASML “service” en zogeheten “field options” op één hoop. Daaronder vallen onder meer onderhoud, onderdelen, verhuiswerk en upgrades. Die laatste categorie (upgrades) werkt anders. Met upgrades kan een klant meer snelheid, capaciteit of nauwkeurigheid uit een bestaande machine persen.

Onderhoud is nodig om de machine te laten draaien. Zonder service, onderdelen en reparaties neemt de kans op storingen toe of komt de machine stil te staan. Upgrades zijn meer een keuze. Klanten kopen ze bijvoorbeeld bij een overstap naar een nieuwe generatie chips of om meer capaciteit uit bestaande machines te halen.

Een kwart van ASML’s omzet komt uit machines die al bij klanten staan

Bron: ASML-jaarverslagen 2015-2025, eigen berekening aandeel Installed Base Management in de groepsomzet

ASML maakt niet bekend hoeveel omzet uit service en field options afzonderlijk komt. Het concern gaf daar vroeger iets meer inzicht in. In 2016 zei toenmalig CFO Wolfgang Nickl dat deze omzet gemiddeld ongeveer voor de helft uit service en voor de helft uit field options bestond. 

Service was volgens hem relatief stabiel en groeide mee met de installed base, terwijl field options, waaronder software en grote upgrades, juist voor de schommelingen zorgden.

Van 2 naar 8 miljard
IBM groeide in tien jaar van een omzet van 2 miljard euro naar 8,2 miljard euro in 2025. Die ene regel in de resultatenrekening is inmiddels groter dan de volledige jaaromzet van ASML in 2015.

De kwartaalcijfers laten zien hoeveel verschil de mix kan maken. In het tweede kwartaal van 2026 kwam de IBM-omzet bijna 300 miljoen euro boven ASML’s eigen verwachting uit, vooral door extra upgrades. Voor heel dit jaar verwacht ASML inmiddels meer dan 30 procent groei, dankzij meer serviceomzet uit het groeiende aantal EUV-machines bij klanten en vraag naar upgrades. Aan de totale IBM-omzet valt niet af te lezen of de groei uit structurele service komt of uit een tijdelijke upgradegolf.

En wie het jaarverslag over 2023 leest, ziet dat het ook kan tegenvallen. Dat jaar zat de geheugenchipmarkt in een dip. Klanten gebruikten hun machines minder intensief en stelden productiviteitsupgrades uit. De gewone serviceomzet groeide wel door dankzij het groeiende aantal machines bij klanten, maar dat was niet genoeg om de terugval in upgrades op te vangen. Daardoor daalde de IBM-omzet met twee procent, van 5,74 miljard naar 5,62 miljard euro.

Richting 2030 voorziet ASML een lager groeitempo. In ASML’s middenscenario voor 2030 komt de IBM-omzet uit op 12 miljard euro. Vanaf 2025 is dat gemiddeld ongeveer 8 procent groei per jaar, minder dan de helft van het tempo van de afgelopen vijf jaar.

Installed Base Management groeit hard, maar niet in een rechte lijn 

Bron: ASML-jaarverslagen.

De marge vertelt een ander verhaal
Aan de marge zie je pas echt hoe verschillend de activiteiten binnen IBM zijn. Sommige upgrades bestaan grotendeels uit software en zijn daardoor bijzonder lucratief. CFO Roger Dassen zei bij de cijfers over het eerste kwartaal dat zulke upgrades zeer hoge brutomarges kunnen hebben. Andere upgrades vragen juist ook nieuwe onderdelen, installatiewerk en technici op locatie, en hebben daardoor lagere marges.

Daartegenover staat juist een omvangrijk onderhoudsbedrijf. ASML heeft rond de tienduizend medewerkers in customer support, die machines wereldwijd draaiende helpen houden. Het bedrijf biedt 24 uur per dag ondersteuning en houdt wereldwijd reserveonderdelen beschikbaar. 

Sinds 2023 ligt de brutomarge van Installed Base Management onder die van systemen

Bron: ASML-jaarverslagen, berekeningen VEB.

ASML splitst in zijn winst-en-verliesrekening niet alleen de omzet uit tussen systemen en service en field options, maar ook de kostprijs. In de IFRS-jaarrekening over 2025 komt de brutomarge op service en field options daarmee uit op 50,9 procent, tegen 52,2 procent op systemen. 

Hoe de marges van service en upgrades afzonderlijk liggen binnen IBM, maakt ASML niet bekend. Wel kan een periode met veel softwarematige upgrades de marge flink helpen, zoals de recente kwartaalcijfers laten zien.

Die brutomarges zeggen bovendien niet alles. ASML besteedde in 2025 4,7 miljard euro aan R&D, gelijk aan 14,4 procent van de omzet. Dat geld gaat zowel naar nieuwe systemen als naar verbeteringen van bestaande machines. ASML rekent die kosten niet toe aan systemen, service en upgrades afzonderlijk. Buitenstaanders kunnen daardoor niet berekenen wat IBM na R&D werkelijk verdient.

Zwarte doos
Dat begint te knellen nu IBM ruim 8 miljard euro omzet oplevert. Voor beleggers maakt het verschil tussen terugkerende service en grilligere upgrades, waarvan sommige zeer hoge marges hebben, rechtstreeks uit voor de kwaliteit van omzet en winst.

ASML wees zelf al in 2016 op de vraag of service en field options anders moesten worden gerapporteerd. Toen zei het bedrijf dat het bij verdere groei moest bekijken of beide onderdelen apart moesten worden weergegeven, zodat beleggers ze beter konden volgen. Tien jaar later staan ze nog altijd samen in één omzetregel.




Gerelateerde artikelen